21-12-2009 Mini symposium over afvalloze samenleving is succes!

Mini symposium over afvalloze samenleving is succes

14 december 2009 hebben we voor het eerst een symposium georganiseerd. Het doel van het symposium was het concretiseren van mogelijkheden om de komende jaren afval verder geschikt te maken voor hergebruik. Aan de hand van drie stellingen wilde we een discussie aanwakkeren. Deze discussie werd bijgewoond door een panel, bestaand uit Antoinette Vietsch (Tweede Kamerlid CDA), Max de Vries (directeur BRBS)  en Thieu Baetsen (oprichter Baetsen-Groep). De gehele discussie werd geleid door Ton Holtkamp (voormalig directeur VROM). Als afsluiter hebben we alle deelnemers rondgeleid op ons terrein in Son.

 

Stelling 1: Verbranden of Sorteren

Het afgelopen jaar zijn de verbrandingstarieven voor restafval flink gedaald. Het restafval van gemeenten rondom Utrecht wordt de komende jaren verbrand voor ongeveer € 40,00 per ton. Het sorteren en verwerken van bijvoorbeeld GHA kost rond de € 100,00 per ton.

Het verbranden van GHA is aanzienlijk goedkoper en draagt bij aan een eigen energievoorziening. Sortering van afval staat hoger op de ladder van Lansink en draagt bij aan het hergebruik van grondstoffen. Hierdoor wordt de CO2-uitstoot gereduceerd en wordt er duurzaam gebruik gemaakt van (schaarse) grondstoffen.

In de provincie Noord-Brabant is er volgens het CBS in 2008 ongeveer 100.000 ton Grof Huishoudelijk Afval afgevoerd. Aangenomen dat de transportkosten naar verbranding en sorteerinrichting gelijk zijn kunnen gemeenten 100.000 ton * (€ 100,00 – € 40,00 = € 60,00) =  € 6.000.000,00 op de afvalstoffenheffing besparen wanneer deze afvalstroom wordt verbrand in plaats van gesorteerd.

Bij sortering van het Grof Huishoudelijke Afval wordt 60% van deze afvalstroom uitgesorteerd in herbruikbare grondstoffen.

 

De overige 40% wordt verbrand.

Bij sortering wordt 3 keer minder CO2 uitgestoten en worden grondstoffen duurzaam gebruikt.
Is sorteren van Grof Huishoudelijk Afval nog wel een reële optie gezien de lage verbrandingstarieven?
Is de sortering van Grof Huishoudelijk Afval een concrete invulling om te komen tot een afvalloze samenleving? De aanwezigen gemeenten konden kiezen voor de volgende mogelijkheden;

A)   Gemeenten hebben niet alleen een zorgplicht maar moeten de afvalinzameling en verwerking ook  betaalbaar houden voor burgers. Daarom moeten zij altijd kiezen voor de goedkoopste wettelijk toegestane oplossing.

B)  Gemeenten hebben een maatschappelijke rol in de huidige situatie ten aanzien van milieu en  grondstoffen. Sorteren draagt bij aan afvalloze samenleving, reduceert de CO2-uitstoot en moet daarom altijd worden nagestreefd.

C)   Om bij te dragen aan de eigen energievoorziening geniet verbranden de voorkeur.

D)   Sorteren geniet de voorkeur bij gelijke kosten.

Nog voordat de deelnemers een keuze hadden kunnen maken in de 4 mogelijkheden brandde de discussie al los. Vanwege langlopende contracten zouden gemeenten in Brabant deze keuze niet kunnen maken.

Dit werd vanuit verschillende kanten op basis van verschillende argumenten bestreden. Bezoekers van milieustraten kunnen afval verder sorteren dan nu gebeurt. Daarnaast is in LAP 2 opgenomen dat Grof Huishoudelijk Afval gesorteerd moet worden alvorens het verbrand mag worden. Hierbij geldt de regel dat wetgeving voor gaat op lopende contracten.

De meeste gemeenten kozen voor mogelijkheid B, gevolgd door mogelijkheid D. Nagenoeg alle gemeenten gaven aan dat duurzaamheid een prijskaartje mag hebben en dat daardoor sorteren iets duurder mag zijn dan verbranden. Wanneer alle kosten worden meegenomen denken de aanwezigen dat sorteren op lange termijn de meest efficiënte oplossing is.

Vanuit de deelnemers werd aan de landelijke politiek meegegeven dat de politiek een duidelijke keuze voor de afvalmarkt moet maken tussen marktwerking of milieurendement.

 

Stelling 2: Ketenlogistiek, oplossing of belemmering

Gemeenten hebben de verplichting om reststromen van hun inwoners in te zamelen. Iedere gemeente maakt afzonderlijk een keuze op welke manier ze dit willen doen. Vaak is dit een samenspel van financiële factoren, belasting van het milieu en het gemak voor de burgers. In de meeste gevallen worden de gemeenten eigenaar van de ingezamelde huishoudelijke afvalstromen en kunnen ze deze vermarkten.

Door de producentenverantwoordelijkheid nemen producenten hun verantwoordelijkheid voor de reststromen van de door hen geproduceerde producten. Bij ontwerp en productie proberen zij al rekening te houden met het product in de afvalfase.  Veelal willen zij daarom ook eigenaar blijven van deze reststromen. (wit en bruingoed, ICT, verpakkingskunststof). Ook ten aanzien van de manier van inzamelen willen producenten een steeds grotere inspraak krijgen. In een aantal gevallen botst dit met gemeentelijke doelstellingen.  Waar houdt de verantwoordelijkheid van producenten op en begint de gemeentelijke inzamelplicht?

A)   Gemeenten moeten altijd de regie houden over de inzameling en verwerking van huishoudelijke reststromen.

B)   Producenten betalen en moeten daarom de regie krijgen over de inzameling en verwerking van reststromen.

C)   Sommige reststromen zoals gft- en restafval moeten onder regie van gemeenten worden ingezameld maar de regie van andere reststromen kan over naar producenten.

Mogelijkheid A kreeg het meeste stemmen gevold door mogelijkheid C. Gemeenten willen de regie houden maar staan open voor samenwerking met verwerkers en producenten. Een belangrijk aandachtspunt om tot oplossingen te komen is een goede communicatie.

Vanuit verschillende disciplines werd aangedragen dat we meer naar ons omringende landen moeten kijken en niet het wiel opnieuw moeten willen uitvinden. Alle logistieke systemen moeten periodiek worden geëvalueerd.

Wanneer producenten de totale verantwoordelijkheid krijgen en eigenaar worden van het product in de afvalfase hebben gemeenten geen invloed meer op de manier van verwerken. Hierdoor kunnen zij voor die producten geen regie voeren om te komen tot een afvalloze samenleving. Stelling 1 en stelling 2 hebben hierdoor een direct verband.

Stelling 3: Scheiden van huishoudelijke reststromen

Door de gemeentelijke zorgplicht om huishoudelijk afval in te zamelen hebben gemeenten zich op verschillende manieren ontwikkeld. Zo hebben gemeenten keuzes gemaakt in de manier waarop afval wordt ingezameld en wordt verwerkt. Gemeenten hebben gekozen voor bron- of nascheiding. Wanneer de keuze op bronscheiding is gevallen zijn keuzes gemaakt in haal- of brengvoorzieningen, eventueel een tarief per aanbieding en het soort inzamelmiddel.

De diverse systemen hebben ieder een kostenplaatje en een milieurendement. Bij een gedifferentieerd systeem worden de kosten doorbelast aan de vervuiler. Bij de andere inzamelsystemen worden de kosten verdeeld over alle inwoners van een gemeente.

Wanneer de verschillende manieren van inzamelen worden vergeleken zal er per stedelijkheidsklasse één systeem zijn die het beste scoort (zowel op economische gronden als milieubelasting). Moet er een landelijk inzamelsysteem komen voor huishoudelijke reststromen bij vergelijkbare gemeenten?

A)   Voor de transparantheid en duidelijkheid moet er een landelijk inzamelsysteem komen voor iedere stedelijkheidsklasse.

B)   Geen enkele gemeenten is hetzelfde en daarom moet iedere gemeente zelf de manier van scheiden en inzamelen bepalen.

C)   Voor de inzameling moeten regionale mogelijkheden worden benut en daarom moet de manier van inzamelen bij de gemeente liggen.

Mogelijkheid B kreeg de meeste stemmen gevolgd door mogelijkheid C. Gemeenten willen de regie houden om een eigen inzamelsysteem te kiezen. Zij willen wel beter de regionale mogelijkheden aftasten om te komen tot een effectief en efficiënt inzamelsysteem.

Bij het inzamelsysteem moeten hygiënische aspecten niet uit oog worden verloren. Ook bij deze stelling werd geopperd om eens wat meer in ons omliggende landen te kijken. Per afvalstroom zou bekeken moeten worden of bron- of nascheiding de beste resultaten oplevert.